Kasteel Grunsfoort

jun 02, 2013 No Comments by

In de Surinaamse courant Gouverments Advertentie Blad van dinsdag 25 oktober 1881, vinden we een prachtig informatief artikel over de geschiedenis van het Renkumse  kasteel Grunsfoort, dat in het veld aan de Beukenlaan/ Kortenburg    gestaan heeft. De contouren van het vroegere kasteel zijn nu aangegeven  met paaltjes en het kasteel wordt ,door middel van beknopte uitleg op een bord aan de Beukenlaan, onder de aandacht gebracht. Tegenwoordig is het terrein met de fundamenten van Grunsfoort een rijksmonument.  Er is weinig bekend over het verleden van het kasteel dat, zover de geschiedenis vertelt, toch een roemrijk en turbulent bestaan kende. Het blijkt dat de plaats Renkum eeuwen geleden al door koningen, hertogen en andere adellijke lieden bezocht en gekend werd. Het artikel werd geschreven naar aanleiding van de op handen zijnde aankoop van het landgoed ( waar nu ook het terrein van het voormalige kasteel behoorde) door  koning Willem III en luidde als volgt:

Slechts weinigen van de kasteelen , welke vroeger in den omtrek van Wageningen gevonden werden , hebben eene zoo merkwaardige geschiedenis als het aloude Grunsfoort, gelegen aan de grens der gemeente Renkum op den Veluwezoom. Blijkens verschillende beschrijvingen was het  oud-adellijk huis omgeven van een dubbele rij grachten en sterke muren, waarin in aloude tijden de slormram meermalen te vergeefs trachtte door te dringen. Menige belegering heeft het doorstaan  en ook het feestgedruisch van edelen en knapen bleef aan zijne veste niet vreemd. Omtrent den tijd van stichting heeft men geen volkomen zekerheid. Volgens sommigen werd Grunsfoort of Grinsfoort reeds onder den naam van Grinnes door Classikus voor Claudius Civiles ingenomen.

In Gelre’s geschiedenis vertoont zich Grunsfoort achtereenvolgens als versterkte burcht, als vorstelijk jachtslot, als leenroerig open huis en als bijzonder eigendom. De burcht moet in de elfde eeuw in eigendom hebben toebehoord aan de heeren van Redichem (Renkum) De overlevering herinnert ons hierbij aan den naam  Balderik,, wiens gruwelen aanleiding hebben gegeven tot het opdisschen van allerlei verhalen.  In dien tijd zou, misschien voor onderlinge hulp bij aanvallen of om eenige andere reden, het slot in gemeenschap hebben gestaan met het klooster te Redichem, door onderaardsche kelders.

Tusschen 1371 en 1382 vindt men het slot herhaaldelijk in de geschiedenis vermeld. Omdat het gelegen was aan de grenzen van bisdom Utrecht en de Veluwe , werd er aan het bezit, dezer sterkte —vooral tijdens de twisten van Heeckerens en Bronkhorsten -groote waarde gehecht. Men leest dat het, na een belegering van vijf dagen in handen viel van Jan van Chatilon graaf van Bloijs, deze aanvaardde het voor de oudste dochter van den overleden Reinald, hertog van Gelre , (zijne echtgenoot)  die door de partij der Heeckerens werd gesteund,  welke dan ook onmiddellijk Grunsfoort met aanzienlijke strijdkrachten kwam versterken. Deze verovering werd van zooveel belang geacht, dat ze met pracht en vroolijkheid binnen de veste van Wageninge. werd gevierd. Aan het einde van den krijg tusschen Heeckerens en Bronkhorsten, viel Grunsfoort weer in handen van de tegenpartij.

Circa 10 jaren later, in 1399, in Gelderland alles rustig was , vindt men Grunsfoort bij hertog Willem van Gulik in gebruik , niet als vesting, maar meer als jachtslot, tekens een geliefkoosd buitenverblijf voor hooge gasten, die hier dikwijls kwamen om feest te vieren of voor ernstige staatkundige besprekingen. In 1393 gaf hertog Willem hier een jachtpartij ter eere van zijn vriend Frederik Van Blankenheim , bisschop van Utrecht. De heer  Nijhoff schrijft hiervan: «Voorop reed de hertog, in sierlijk jachtkostuum, gewapend met boog en pijlen en een blinkende speer. Naast hem reed de bisschop, insgelijks ter jacht toegerust en met een witten valk op den linkerhand. Hen volgden de voornaamste edelliedenuit Gelderland en uit het  Sticht, allenop hunne fraaiste paarden gezeten en met blinkende wapenen , die vrolijk schitterden in de najaarszon,” enz.. De bisschop woonde toen voortaan jaarlijks ene jachtpartij  op Grunsfoort bij.

Herhaaldelijk wordt melding gemaakt van hertog Willem van Gulik’s verre buitenlandsche reizen en wapenfeiten; dientengevolge werden ook op Grunsfoort  voor het eerst de fijnere levensbehoeften van de Fransche keuken gesmaakt gesmaakt.  Tot aan zijn dood , in 1402 , bleef hertog “Willem in het  ongestoord bezit van Grunsfoort.

Tijdens Arnold van Egmond heeft ook het jachtslot Grunsfoort de jammeren van den krijg ondervonden. In 1472, toen Arnold om zijne schulden te voldoen , de voogdij van Gelre aan Karel van Bourgondie moest overdoen, deelde ook Grunsfoort in die vernedering. Karel van’ Bourgondie (de Stoute) gaf het weer in leen aan haer Gerrit van Rijswijk , onder voorwaarde, dat hij het krijgsvolk des hertogs moest opnemen, wanneer deze zulks, in geval van oorlog,  nodig oordeelde

Na het sneuvelen van Karel den Stoute kwam Grunsfoort weer aan den vorigen bezitter ,Johan van Gelre, en in 1478 kwam het leen bij heer- Hendrik Bentinck, die tevens  de adellijke betrekking bekleedde van ritmeester op de Veluwe. .Later werd het achtereenvolgens in leen opgedragen aan Albert Van Lawijck. ambtman van Over-Betuwe,  en aan Reinier van Gelre , heer tot Arssen en drost van de Veluwe ; door huwelijk ging het uit het geslacht van Stepraedtot den Doddendaai over in dat der Lijnden’s. Onder heer Reinier van Lijnden, in 1689,werden de bezittingen van het Huis aanmerkelijk vergroot „ en in 1716 werd het van alle leen ontslagen en bleef eene vrije adellijke . heerlijkheid in het geslacht der heeren Van Lijnden van Grunsfoort.

Voor het laatst, werd het slot bewoond door  het geslacht Van Goltstein, en in 1780 werd het tot de grondvesten afgebroken- een lot  dat meerdere kasteelen en riddermatige havezathen in het laatst der 18de eeuw ondergingen.  Onder de bezittingen en rechten, aan het Huis toegevoegd, behoorden toen: het recht tot tolheffing in Wageningen, tienden, duiventil, uiterwaarden tegenover Heteren, nabij het klooster van Redichem, bij Leexken aan ’t Veer, enz. enz. Reeds tijdens de republiek bestond er , nabij het gesloopte Grunsfoprt, eene hoeve , Kortenberg of Kortenburg genoemd , vroeger in leen bij het klooster van Redichem.  Door landaankoop werd het later lot landgoed verheven.  De naam van het oude Grunsfoort geraakte toen in onbruik , en tot voor een tiental jaren was het landgoed onder den naam van Kortenburg bekend. In 1639 werden twee boerenerven , die den naam Kortenburg droegen , door de Staten van het Veluwsche kwartier verkocht aan  Jonker Willem Van Raesveldt, die deze bezitting vervolgens , door aankoop van aangrenzende heidevelden of het aannemen in erfpacht, aanmerkelijk heeft vergroot. Naderhand kwam Kortenburg in hqt geslacht van Lawyck; en nog later in dat van Thomas en Koopmans; in 1836 behoorde het den erfgenamen van Paul Mathias Thomas, terwijl de voorlaatste eigenaar was de heer mr. R. Crommelin.

Uit een en ander blijkt dit Kortenburg niet hetzelfde is als Grunsfoort: en het is zoo goed als zeker , dat beide goederen , Grunsfoort en Kortenburg, minstens 141 jaar in elkanders nabijheid hebben voortbestaan. Kortenburg komt dau ook reeds voor op eene lijst van Renkumsche kloostergoederen (zie kerkelijke oudheden der Vereenigde provinciën, deel 11, blz. 497). Het kasteel Grunsfoort stond ook niét juist op de plaats , waar het tegenwoordige , in modernen boutrant opgetrokken gebouw is verrezen. Nabij de Renkumsche kerk, aan de oostzijde van het tegenwoordige huis , zijn nog de sporen te vinden van de breede grachten , in dubbelen getale , waarbinnen eenmaal het oude slot stond.

De tegenwoordige bewoner, mr. G.W. graaf Van Rechteren van Appeltern,  deed echter aan de grijze benaming Grunsfoort recht wedervaren, en stelde de oude traditie weder ophet voetstuk, aan den ingang der inrijlaan, aan den straatweg van Utrecht op Arnhem. Thans, nu men het landgoed Oranje-Nassau of Wilhelmina’s0 oord wil noemen, dreigt de historische naam andermaal in vergetelheid te geraken. Op het hek  der weide leest men echter nog altijd het opschrift; Oud Grunsfoort, en ook in de oorkonden van Gelre’s geschiedenis blijft de naam met onuitwischbare letteren gegrift.

OUD RENKUM

About the author

The author didnt add any Information to his profile yet
No Responses to “Kasteel Grunsfoort”

Leave a Reply